Uitspraak
200908691/1/R1, waaruit blijkt dat het akoestisch onderzoek Harnaschpolder van Goudappel Coffeng van 19 juni 2009 niet deugdelijk is.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft het uitwerkingsplan "Bedrijfsdoeleinden, Harnaschpolder-Noord, fase 2" goedgekeurd, dat een partiële herziening van fase 1 betreft. Diverse appellanten, waaronder Meegaa Substrates B.V. en Frame Holding B.V., hebben hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
De appellanten voerden onder meer aan dat de Zuidweg in het plan onterecht was verschoven en onnodig breed was, dat de interne ontsluitingsweg te dicht bij hun gebouwen lag met negatieve gevolgen voor gebruiksmogelijkheden, geluid en luchtkwaliteit, en dat bepaalde bestemmingen onjuist waren toegekend. Ook werd betoogd dat het boezemwater niet correct was gecompenseerd en dat het plan in strijd zou zijn met eerder gemaakte afspraken en het gelijkheidsbeginsel.
De Raad van State oordeelde dat de Zuidweg binnen het bestemmingsvlak was gelegen en niet was verschoven, dat de interne ontsluitingsweg aanvaardbaar was gesitueerd en het akoestisch onderzoek de geluidbelasting als goed kwalificeerde. De bestemming van gronden en de omvang en locatie van het boezemwater waren redelijk en in overeenstemming met de geldende regels en afspraken. De beroepen werden ongegrond verklaard omdat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan niet in strijd was met een goede ruimtelijke ordening en het besluit niet in strijd met het recht was genomen.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot goedkeuring van het uitwerkingsplan worden ongegrond verklaard.