ECLI:NL:RVS:2011:BQ6523
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling en beroep op Associatiebesluit nr. 1/80
De zaak betreft een vreemdeling die bij besluit van 16 april 2003 ongewenst is verklaard en tegen dit besluit bezwaar heeft gemaakt dat is afgewezen. De vreemdeling verzocht vervolgens om opheffing van de ongewenstverklaring, wat werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De minister stelde dat de vreemdeling in de procedure tot ongewenstverklaring geen beroep had gedaan op rechten ontleend aan Besluit nr. 1/80 en dat dit betoog daarom niet in het verzoek tot opheffing meegenomen hoefde te worden. De Raad van State oordeelde echter dat het ontbreken van een dergelijk beroep in de oorspronkelijke procedure niet uitsluit dat de vreemdeling dit in het verzoek tot opheffing alsnog kan aanvoeren.
De Raad van State verwees naar artikel 14, eerste lid, van Besluit nr. 1/80, waarin beperkingen op verblijfsrechten zijn toegestaan uit hoofde van openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. De Afdeling stelde vast dat de verwijzing van de minister naar een eerdere uitspraak niet van toepassing is omdat die niet over een verzoek tot opheffing ging.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten en legde griffierechten op.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vreemdeling bij een verzoek tot opheffing van een ongewenstverklaring alsnog rechten kan inroepen uit Besluit nr. 1/80 en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.