Uitspraak
200401243/1, niet is toegestaan.
Raad van State
Bij besluit van 17 mei 2010 heeft de raad van de gemeente Cuijk het bestemmingsplan 'Katwijk NB' vastgesteld, waarin onder meer een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor gronden met de bestemming 'Agrarisch'. Deze wijzigingsbevoegdheid maakt onder voorwaarden woningbouw mogelijk.
Appellante betoogde dat de wijzigingsbevoegdheid in strijd is met provinciaal en intergemeentelijk beleid, zoals de Interimstructuurvisie Noord-Brabant en de StructuurvisiePlus Land van Cuijk, en dat de wijzigingsbevoegdheid onvoldoende objectief is begrensd. De raad stelde dat de wijzigingsbevoegdheid passend is binnen het beleid en voldoende objectief is begrensd, mede door koppeling aan het gemeentelijke woningbouwprogramma en provinciaal volkshuisvestingsbeleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wijzigingsbevoegdheid door voldoende objectieve normen is begrensd, mede door de beperkte omvang van het gebied en de maximale bouwhoogte en het aantal woningen. De raad heeft het provinciale beleid betrokken in zijn belangenafweging en aannemelijk gemaakt dat de woningbehoefte niet kan worden opgevangen door inbreiding alleen. De wijzigingsbevoegdheid is niet in strijd met de StructuurvisiePlus en strekt tot een goede ruimtelijke ordening.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan Katwijk NB wordt ongegrond verklaard.