Uitspraak
200900570/1/R2, is toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk. Dit brengt echter niet reeds met zich dat een kortere afstand in dit geval niet redelijk zou kunnen zijn, indien aan deze afstand een deugdelijke motivering ten grondslag is gelegd. Niet in geschil is dat tussen de boomgaard van [appellant sub 1] en de dichtstbijzijnde woning 25 m ligt. Voor zover de raad zich heeft aangesloten bij het provinciale beleid en op grond daarvan een onderscheid heeft gemaakt tussen hoogstam- en laagstamfruitbomen, wordt overwogen dat dit in dit geval niet van belang is, nu de agrarische bestemming ter plaatse beide soorten bomen toelaat. Dat volgens de raad geen sprake is van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer, wat hier ook van zij, kan niet als een deugdelijke motivering worden aangemerkt, nu het al dan niet aanwezig zijn van een inrichting ter plaatse niet met zich brengt dat gevoelige functies als woningen in het kader van een goede ruimtelijke ordening geen bescherming behoeven. Dat volgens de raad geen sprake is van een professionele boomgaard is in dit kader evenmin van belang, nu de boomgaard is gelegen op gronden met een agrarische bestemming, waarop een bedrijfsmatige boomgaard is toegestaan. Gelet op het voorgaande heeft de raad onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom een afstand van 25 m in dit geval toereikend is om ter hoogte van de voorziene woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen.