ECLI:NL:RVS:2011:BQ3803
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring en onrechtmatigheid aanhouding
De vreemdeling werd op 21 januari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend wegens een onrechtmatige strafrechtelijke aanhouding. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdelingenrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid van het strafrechtelijk voortraject te toetsen en dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat sprake was van een onrechtmatige aanhouding. Uit het dossier bleek niet welke reden de rechter-commissaris had voor de afwijzing van de vordering tot inbewaringstelling, waardoor niet zonder meer kon worden geconcludeerd dat de aanhouding onrechtmatig was.
Verder werd geoordeeld dat de duur van de overbrenging naar de plaats van verhoor niet onzorgvuldig was en dat het gebruik van meerdere personalia door de vreemdeling geen grond gaf voor vernietiging van het terugkeerbesluit en de bewaring. Ook handelde de minister voortvarend bij de voorbereiding van de uitzetting.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.