ECLI:NL:RVS:2011:BQ3796
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister wegens niet-verzoek aan Duitsland tot overname asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De vreemdeling was op weg naar haar verloofde in Duitsland, die daar als vluchteling was toegelaten. Volgens artikel 7 van Pro de Verordening (EG) nr. 343/2003 had de minister Duitsland moeten verzoeken de asielaanvraag over te nemen voordat inhoudelijk op de aanvraag werd beslist.
De minister had echter geen dergelijk verzoek aan Duitsland gedaan, ondanks dat hij de vreemdeling schriftelijk had bericht dat het verzoek aan Bureau Dublin was doorgezonden. Dit bleek achteraf niet het geval te zijn. De voorzieningenrechter had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van de minister in strijd was met de vereiste zorgvuldigheid en vernietigde zowel het besluit van de minister als de uitspraak van de voorzieningenrechter. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.311,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens het nalaten van een verzoek aan Duitsland tot overname van de aanvraag.