ECLI:NL:RVS:2011:BQ3790
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunningen op grond van gewijzigde situatie Burundi
De vreemdeling en zijn minderjarige kinderen hadden verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd gekregen op grond van de algehele situatie in Burundi. Deze vergunningen waren onderling afhankelijk. Na het beëindigen van het categoriaal beschermingsbeleid voor Burundi in het WBV 2006/24, heeft de staatssecretaris de vergunningen ingetrokken omdat zij niet voldeden aan andere gronden voor verblijfsvergunningen.
De rechtbank had geoordeeld dat individuele omstandigheden zoals de integratie en psychische gesteldheid van de kinderen meegewogen moesten worden bij de intrekking, en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht geen individuele omstandigheden heeft betrokken bij het besluit tot intrekking, omdat de vergunningen waren verleend op grond van de algehele situatie in Burundi en niet op individuele gronden. De rechtbank heeft dit ten onrechte als relevante omstandigheden aangemerkt.
Daarom vernietigt de Raad van State het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 mei 2011.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.