ECLI:NL:RVS:2011:BQ2645
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking standplaatsvergunning wegens ontsiering en herinrichting marktplein
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk trok bij besluit van 20 mei 2009 de standplaatsvergunning van appellante in per 1 juli 2009 vanwege de ontsiering van de Markt en plannen voor herinrichting zonder plek voor de snackwagen. Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking en het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. Het college verklaarde het bezwaar deels gegrond voor de termijn van intrekking, maar handhaafde verder het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de vergunning niet bestuursrechtelijk kon worden ingetrokken vanwege een civielrechtelijke overeenkomst en dat de intrekking onzorgvuldig was omdat de nadeelcompensatie niet gelijktijdig werd aangeboden.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning bestuursrechtelijk kan worden ingetrokken ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving, mits nadeelcompensatie wordt geboden. De ontkoppeling van het besluit tot intrekking en het besluit over compensatie was niet onrechtmatig omdat het college zich onvoorwaardelijk had vastgelegd tot compensatie. De stelling van appellante dat zij door de ontkoppeling schade lijdt, werd niet aannemelijk gemaakt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de standplaatsvergunning wordt bevestigd ondanks bezwaar over de timing van nadeelcompensatie.