ECLI:NL:RVS:2011:BQ2641
Raad van State
- Hoger beroep
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding inkomensgrens
Appellant heeft een aanvraag voor een toevoeging voor rechtsbijstand ingediend, die door het bestuur op 13 oktober 2009 werd afgewezen wegens overschrijding van de inkomensgrens zoals gesteld in artikel 34 van Pro de Wet op de rechtsbijstand (Wrb).
Appellant voerde aan dat hij sinds 2007 belastingplichtig was in Duitsland en dat zijn inkomen volgens de Duitse belastingdienst slechts € 678 bedroeg, waardoor hij onder de inkomensgrens zou blijven. Het bestuur baseerde zich echter op een inkomensverklaring van appellant zelf, waaruit bleek dat hij in het peiljaar 2007 € 58.527 aan inkomsten uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat beide bedragen tot het inkomen behoren en dat appellant de inkomensgrens overschreed. De Raad van State bevestigt dit oordeel, wijzend op het feit dat het stuk van de Duitse belastingdienst een voorlopige aanslag betrof zonder duidelijkheid over het peiljaar en zonder rekening te houden met de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag toevoeging rechtsbijstand bevestigd.