ECLI:NL:RVS:2011:BQ2629
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- D.A.B. Montagne
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Utrecht over vergoeding proceskosten na bezwaar en beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht liet een aanvraag om bouwvergunning buiten behandeling en weigerde de kostenvergoeding voor bezwaarbehandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat zijn gemachtigde, werkzaam bij Coeurs Belastingadviseurs, beroepsmatig rechtsbijstand verleende en dat de kosten daarom vergoed moesten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen beroepsmatige rechtsbijstand zag, omdat Van Harten als belastingadviseur en rechtshulpverlener een duurzame taak uitoefent. Eerder was Van Harten ook als beroepsmatig rechtsbijstandverlener erkend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het collegebesluit alsnog gegrond verklaard.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief het griffierecht. Hiermee werd het belang van een juiste toepassing van artikel 7:15 Awb Pro en het Besluit proceskosten bestuursrecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep.