Uitspraak
200907257/1/H1en is daarmee, anders dan [appellant] betoogt, niet voorbij gegaan aan die stukken. De rechtbank heeft, gelet op die uitspraak, terecht geen grond gezien voor het oordeel dat in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding moet worden gevonden om aan te nemen dat het advies van de Gezondheidsraad niet kan worden gevolgd. Dat (een of enkele van) de leden van de Gezondheidsraad bepaalde nevenfuncties bekleden, geeft onvoldoende grond om de Gezondheidsraad niet als deskundig en onafhankelijk aan te merken. Voor de juistheid van het betoog dat sprake is van belangenverstrengeling wegens deze nevenfuncties bestaan geen aanknopingspunten. Met hetgeen [appellant] naar voren heeft gebracht is niet aannemelijk gemaakt dat het advies van de Gezondheidsraad op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen of inhoudelijk onjuist is.
200906091/1/H1) is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van vrijstelling in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft, nu de burgerlijke rechter de eerst aangewezene is om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. De rechtbank heeft in hetgeen door [appellant] is aangevoerd, terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat in dit geval van een privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter sprake is.