Uitspraak
201010854/1/M1, bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 4 oktober 2010 geschorst voor zover het betreft de last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 10.37 in samenhang met 10.38 van de Wet milieubeheer. Voor het overige heeft de voorzitter het verzoek afgewezen.
200203684/1, overweegt de voorzitter dat indien op grond van een last onder dwangsom het maximumbedrag aan dwangsommen is verbeurd en de overtreding niet is beëindigd, het college een nieuwe last onder dwangsom kan opleggen. Derhalve ziet de voorzitter geen aanleiding om reeds vanwege de enkele omstandigheid dat opnieuw een last onder dwangsom is opgelegd een voorlopige voorziening te treffen.
201010854/1/M1, waarop het college zich beroept. Het oordeel in die uitspraak dat de in juli 2010, op de weilanden van [verzoeker], aangetroffen balen in elk geval voor een aanzienlijk deel bestonden uit bermmaaisel afkomstig van buiten de inrichting, is op zich zelf niet toereikend om de stelling van het college te staven; die vaststelling van de voorzitter sluit immers niet uit dat het bij de in januari 2011 aangetroffen balen op een of meer van de betrokken percelen nog slechts ging om hooi en gras van eigen land. Onder deze omstandigheden bestaat evenmin reden voor een omkering van de bewijslast door, zoals het college in feite heeft gedaan, aan [verzoeker] de eis te stellen aannemelijk te maken dat de in januari 2011 aangetroffen balen uitsluitend hooi en gras van eigen land bevatten. Gelet op het voorgaande is de voorzitter vooralsnog van oordeel dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat op elk van de betrokken percelen in januari 2011 bermmaaisel aanwezig was. Het college heeft dan ook niet deugdelijk gemotiveerd dat de overtreding van artikel 10.1, derde lid, van de Wet milieubeheer in januari 2011 op elk van de betrokken percelen voortduurde.