Uitspraak
200902052/1. Dat, zoals [appellante] heeft gesteld, haar onderzoek zich ten tijde van het besluit van 5 februari 2009 in de voorbereidende fase bevond, betekent op zichzelf niet dat het college voor promoties in dit besluit geen oordeel over haar kennen en kunnen kon geven en dat dit besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Verder sluit paragraaf 3.4 van de gids, waarin is vermeld dat kandidaten tijdens of onmiddellijk na het eerste jaar van het promotieprogramma worden beoordeeld, niet uit dat binnen een jaar na aanvang wordt beslist dat de desbetreffende kandidaat het promotietraject niet mag voortzetten. Die paragraaf biedt derhalve evenmin grond voor de stelling van [appellante] dat het besluit geen oordeel over haar kennen en kunnen behelst.