ECLI:NL:RVS:2011:BP9330
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt-Schouten
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ontbreken beslissing in asielprocedure
De vreemdeling had bij besluit van 2 februari 2010 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen, maar verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit niet gegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde ambtshalve dat de uitspraak van de rechtbank niet de beslissing bevatte over het beroep van de vreemdeling, hetgeen in strijd is met artikel 8:77, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor was de uitspraak onvolledig en niet rechtsgeldig.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep niet gegrond verklaarde, en verklaarde het beroep alsnog gegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 maart 2011.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond.