ECLI:NL:RVS:2011:BP9278
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging redelijk zicht op uitzetting naar China ondanks vertraging laissez passer
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en betwistte het oordeel dat er voldoende zicht op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn bestond. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Chinese autoriteiten bereid zouden zijn een laissez passer af te geven.
De minister voerde aan dat intensief contact met de Chinese autoriteiten plaatsvindt en dat een persoonlijk onderhoud met de Chinese ambassadeur gepland stond om de afgifte van laissez passer te bespreken. Hoewel het onderhoud werd uitgesteld, zou het alsnog plaatsvinden. De minister benadrukte dat de medewerking van de vreemdeling aan het onderzoek van belang is en dat vertragingen door onvoldoende medewerking voor rekening van de vreemdeling komen.
De Afdeling oordeelde dat het geringe aantal afgegeven laissez passer onvoldoende is om te concluderen dat er geen redelijk zicht op uitzetting is. De vreemdeling had geen concrete feiten gesteld die het ontbreken van uitzicht op uitzetting aannemelijk maken. De eerdere uitspraken van de rechtbank en de Afdeling werden in dat licht bevestigd, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.