Uitspraak
200904407/1/H1 en 200904407/2/H1) aan het vertrouwensbeginsel, in een geval als het onderhavige, waarin belangen van derden spelen, slechts beperkte betekenis toe. Het betoog faalt.
Raad van State
Bij besluit van 19 januari 2009 verleende het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen aan appellant een bouwvergunning onder vrijstelling van het bestemmingsplan voor het oprichten van een garage op een perceel in Hoogeveen. Na bezwaar van belanghebbenden werd dit besluit op 4 juni 2009 herroepen en de vrijstelling en bouwvergunning alsnog geweigerd. De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het herroepingsbesluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand omdat het bouwplan niet aan de oppervlakte-eis van het Besluit ruimtelijke ordening voldeed.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden door eerder toezeggingen te doen en dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand had gelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bouwplan wel aan de oppervlakte-eis voldoet en dat het college niet aan het verlenen van vrijstelling in de weg stond. Het vertrouwensbeginsel werd slechts beperkt van belang geacht vanwege belangen van derden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat niet vaststond dat appellant schade had geleden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand hield, bevestigde de rest van de uitspraak en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het college dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen conform de uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.