ECLI:NL:RVS:2011:BP8382
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijkheid minister bij overdracht asielzoeker aan Duitsland ondanks medische klachten
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die de beroepen van vreemdelingen tegen afwijzing van hun asielaanvragen gegrond verklaarde. De vreemdelingen voerden aan dat overdracht aan Duitsland, waar zij hun asielprocedure zouden voortzetten, zou leiden tot verergering van ernstige medische klachten zoals depressie en PTSS.
De minister stelde dat de medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn met die in Nederland en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat noodzakelijke zorg in Duitsland niet beschikbaar is. De Raad van State bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de minister niet gehouden was tot nader onderzoek, omdat de vreemdelingen onvoldoende concrete aanwijzingen hadden geleverd dat overdracht tot onevenredige hardheid zou leiden.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling. De beslissing bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het beleid dat medische aspecten slechts bijzondere omstandigheden vormen indien concrete aanwijzingen ontbreken.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd.