Uitspraak
200800347/1.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verleende op 4 juni 2009 vrijstelling en aanlegvergunning voor de aanleg van twee aansluitingen van de N201 op de Rijksweg A4. De rechtbank vernietigde deze besluiten op 12 januari 2011 na beroepen van belanghebbenden. De provincie Noord-Holland en het college verzochten de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen.
De voorzitter overwoog dat de werkzaamheden voor de aanleg reeds in volle gang zijn en dat het uitvoeren van een nieuwe milieu-effectrapportage (m.e.r.) volgens de provincie en het college twee jaar zou duren. De rechtbank had geoordeeld dat ten onrechte geen m.e.r. was uitgevoerd bij het vrijstellingsbesluit, maar de voorzitter stelde dat het tracé van de N201 reeds in 2002 was vastgesteld in een streekplanherziening met een MER. Hierdoor was aan de m.e.r.-plicht voldaan en was het overgangsrecht van het Wijzigingsbesluit niet van toepassing.
De voorzitter achtte het standpunt van de provincie en het college aannemelijk en zag geen reden om de voorlopige schorsing te weigeren. Ook werden de proceskosten vergoed aan verzoekers. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, waarmee de uitspraak van de rechtbank voor zover zij de besluiten vernietigde, werd geschorst.
Uitkomst: De voorzitter schorst de vernietiging van de besluiten voor aanleg N201-aansluitingen op de A4 en vergoedt de griffierechten.