ECLI:NL:RVS:2011:BP6856
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken uitzicht op uitzetting naar Algerije
De vreemdeling is op 16 december 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat redelijkerwijs niet te verwachten is dat binnen afzienbare tijd uitzetting naar Algerije zal plaatsvinden, mede omdat de Algerijnse autoriteiten geen laissez passer hebben afgegeven. De vreemdeling weigert medewerking aan zijn uitzetting, maar dit leidt niet tot een ander oordeel aangezien ook met medewerking geen uitzetting binnen redelijke termijn mogelijk zou zijn.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, en heft de vrijheidsontnemende maatregel op. De schadevergoeding wordt op nihil gesteld, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.311,00. De vreemdeling blijft verplicht tot medewerking aan uitzetting, ondanks het ontbreken van uitzicht op uitzetting op korte termijn.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van uitzicht op uitzetting naar Algerije.