ECLI:NL:RVS:2011:BP6848
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens medische behandeling na Schipholbrand
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning gegrond verklaarde. De vreemdeling had medische klachten als gevolg van de Schipholbrand en stelde dat hij recht had op een verblijfsvergunning op grond van medische behandeling.
De minister stelde dat de vreemdeling op de relevante datum, 31 augustus 2006, niet onder medische behandeling stond of dat er concreet zicht was op een aanvang daarvan, zoals vereist volgens de brief van 31 augustus 2006. Het BMA-advies en een brief van het Hoofd medische dienst Detentieboten Zuid-Holland bevestigden dit standpunt. Het rapport van drs. Steinberger toonde weliswaar een posttraumatische stress-stoornis, maar gaf geen aanwijzing dat er vóór of kort na genoemde datum een medische behandeling was gestart.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling geen medische behandeling behoefde en dat het onredelijk was om een verklaring van vóór het voorjaar van 2009 te verlangen. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank dit ten onrechte had gedaan en dat de minister zich terecht op het BMA-advies had gebaseerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De Raad van State benadrukte dat het advies van het BMA een deskundigenadvies is dat zorgvuldig en inzichtelijk moet zijn en dat de minister zich daar op mocht baseren. Verder werd het betoog van de vreemdeling dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van de Schipholbrand en de situatie in het land van herkomst verworpen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.