Uitspraak
201002910/1/H1) dient bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen te worden gelet op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het bouwplan.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Soest verleende op 3 september 2009 een bouwvergunning voor het verbouwen van winkels met bovenwoningen op het perceel Koninginnelaan 22 te Soest. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
In geschil stond of het bouwplan voldeed aan de parkeereisen van artikel 2.5.30 van de bouwverordening van Soest. Appellant voerde aan dat de voorzieningenrechter ten onrechte had aangenomen dat het bouwplan aan deze eisen voldeed, onder meer omdat het college was uitgegaan van een onjuiste samenstelling van wooneenheden en geen rekening had gehouden met de parkeerbehoefte van de commerciële ruimte en het bestaande parkeertekort.
De Raad van State overwoog dat bij de beoordeling van de parkeerbehoefte alleen de toename door het bouwplan relevant is. Het college had de parkeerbehoefte berekend aan de hand van de gemeentelijke parkeernota en was uitgegaan van minder wooneenheden dan het plan bevatte. Na correctie leidde dit tot een parkeerbehoefte van 17,4 plaatsen, terwijl het bouwplan voorziet in 27 parkeerplaatsen. De commerciële ruimte bleef ongewijzigd, zodat geen extra parkeerplaatsen nodig zijn. Ook was het terrein waarop parkeerplaatsen worden aangelegd niet eerder officieel als parkeerterrein in gebruik, zodat geen compensatie van verdwenen parkeerplaatsen vereist is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter, waarmee het bouwplan voldoet aan de parkeereisen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.