ECLI:NL:RVS:2011:BP4327
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel die door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel had gesteld boven dat van de staatssecretaris met betrekking tot de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De vermoedens die de vreemdeling aanvoerde, zoals het vermoeden van achtervolging en gelijkenis met zijn broer, maakten deel uit van het asielrelaas en waren onvoldoende concreet onderbouwd.
Verder werd geoordeeld dat de vreemdeling geen vertaling van een medische verklaring had overgelegd, waardoor de gevolgen daarvan voor zijn rekening komen. Ook werd vastgesteld dat de situatie in Centraal-Irak niet voldeed aan de uitzonderlijke omstandigheden voor bescherming op grond van het gewapend conflict.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bekrachtigd.