Uitspraak
200807856/1/V6). Voorts heeft vreemdeling 2 ten overstaan van de inspecteurs verklaard, voor zover thans van belang, dat hij en vreemdeling 1 in een busje met het opschrift "Grondverzet Gelderland", naar hun werkplek in Eindhoven zijn gebracht en het opschrift op het busje overeenstemde met het visitekaartje dat hij van [directeur en enig aandeelhouder] van [appellant sub 2] had gekregen. Gelet hierop wordt aan latere, in hoger beroep overgelegde verklaringen van de vreemdelingen dat zij niet voor [appellant sub 2] hebben gewerkt, niet de door [appellant sub 2] gewenste betekenis gehecht. Verder is de eerst in hoger beroep overgelegde verklaring van de chauffeur niet ten overstaan van de inspecteurs afgelegd. Deze verklaring is bovendien niet in overeenstemming te brengen met hetgeen uit het boeterapport volgt, zodat aan deze verklaring evenmin de door [appellant sub 2] gewenste betekenis wordt gehecht. De door [appellant sub 2] in hoger beroep naar voren gebrachte stelling dat de vreemdelingen in het verkeerde busje zijn gestapt en dientengevolge niet op de voor hun door [appellant sub 2] bestemde werkplek zijn aangekomen en niet voor [appellant sub 2] hebben gewerkt, doet, in het licht van de door vreemdeling 2 ten overstaan van de inspecteurs afgelegde verklaring, geen afbreuk aan de vaststelling door de inspecteurs dat door [appellant sub 2] artikel 2 van Pro de Wav is overtreden.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.