ECLI:NL:RVS:2011:BP3680
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- V. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit bedrijfsvoering in strijd met bestemmingsplan zonder bijzondere omstandigheden
Appellant exploiteert een winkel in tweedehands meubels en partijgoederen op een terrein met een bedrijfsbestemming waar detailhandel niet is toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis heeft hem bij besluit van 13 februari 2009 onder dwangsom gelast de bedrijfsvoering binnen acht weken te verplaatsen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep deels gegrond verklaard door de begunstigingstermijn te verlengen tot zes maanden. Het hoger beroep van appellant bij de Raad van State is ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die het college zouden verplichten af te zien van handhavend optreden.
Appellant voerde aan dat het college de situatie bewust had gedoogd, dat er concreet zicht op legalisatie bestond en dat de winkel toch verplaatst zou moeten worden vanwege woningbouwplannen. Deze argumenten werden verworpen omdat het college tijdig had gehandhaafd, geen verzoek om vrijstelling was ingediend en het bestemmingsplan een bedrijfsbestemming bleef toekennen. Ook werd geen sprake geacht van détournement de pouvoir. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.