ECLI:NL:RVS:2011:BP3262
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuwe feiten bij afwijzing asielaanvragen vreemdelingen uit Valle del Cauca
De zaak betreft hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake afwijzing van asielaanvragen van meerdere vreemdelingen en hun minderjarige kinderen afkomstig uit Valle del Cauca, Colombia. De vreemdelingen hadden aangevoerd dat de veiligheidssituatie in hun regio was verslechterd, wat nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zou vormen die hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
De Raad van State oordeelt dat voor de meeste vreemdelingen en het oudste minderjarige kind geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, aangezien eerdere besluiten al hadden vastgesteld dat zij geen effectieve bescherming van de autoriteiten konden verwachten. Het betoog dat de veiligheidssituatie verslechterd is, kan dit niet afdoen. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep van de minister gegrond wordt verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Voor de twee jongste minderjarige kinderen van vreemdeling 2 is sprake van een eerste aanvraag, die ten onrechte is afgewezen. Het beroep voor deze kinderen wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand omdat geen zelfstandige asielmotieven zijn aangevoerd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor deze kinderen.
De overige beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 januari 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard behalve voor de twee jongste minderjarige kinderen van vreemdeling 2, waarvoor het besluit wordt vernietigd.