Uitspraak
200903026/1/R1) heeft de Afdeling overwogen dat met de vaststelling van een bestemmingsplan tevens een beslissing wordt genomen omtrent de burgerlijke rechten en verplichtingen van belanghebbenden. Dit betekent dat de in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) bedoelde termijn in een bestemmingsplanzaak die is voorbereid krachtens de Wro begint te lopen bij het instellen van beroep tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan door betrokkene. Naar het oordeel van de Afdeling geldt hetzelfde voor een besluit tot weigering een bestemmingsplan vast te stellen, zodat de termijn is gaan lopen bij het instellen van beroep door [appellante]. Anders dan [appellante] heeft gesteld blijft derhalve de tijdsduur die is gemoeid met de voorbereiding van een besluit op een verzoek een bestemmingsplan vast te stellen, voor het bepalen van de ingangsdatum van de in artikel 6 van Pro het EVRM bedoelde termijn buiten beschouwing.