ECLI:NL:RVS:2011:BP2536
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ambtshalve toetsing aan de Terugkeerrichtlijn bij vreemdelingenbewaring
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn inbewaringstelling heeft bevestigd. De vreemdeling stelde dat de rechtbank ambtshalve had moeten toetsen aan de Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG, welke gemeenschappelijke normen voor terugkeer van illegale vreemdelingen bevat.
De Raad van State overweegt dat ambtshalve toetsing door de bestuursrechter beperkt is tot voorschriften van openbare orde. Buiten deze grenzen toetst de rechter slechts op de grondslag van het beroepschrift en de stukken. Het Unierecht verplicht de nationale rechter niet om ambtshalve te toetsen aan Unierechtelijke bepalingen, zoals bevestigd door het arrest Van der Weerd e.a. van het Hof van Justitie.
Daarnaast oordeelt de Raad dat het betoog van de vreemdeling over strijd met artikel 15 lid 2 van Pro de Terugkeerrichtlijn te laat is ingebracht in hoger beroep, wat strijdig is met artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het hoger beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.