ECLI:NL:RVS:2011:BP1950
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn ondanks beperkte laissez passer afgifte
De minister stelde een vreemdeling in vreemdelingenbewaring op 25 oktober 2010. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, stellende dat er geen zicht was op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn. De minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat ondanks dat slechts een beperkt aantal van de 17 verstrekte laissez passer binnen een redelijke termijn was afgegeven, de minister voldoende had gemotiveerd dat de diplomatieke inspanningen met de Chinese autoriteiten voortduren. Er is zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn zolang de vreemdeling volledige en juiste informatie verstrekt en meewerkt aan het onderzoek.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen reden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de minister nog tijd krijgt om de uitzetting te realiseren, mede gezien de recente en voortdurende contacten met de Chinese autoriteiten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard.