Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2011:BP1331

Raad van State

Datum uitspraak
19 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201006439/1/M2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53 Wet geluidhinderArt. 2.17 Activiteitenbesluit milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering handhaving geluidsoverlast autoschadebedrijf op industrieterrein

Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein wees op 2 maart 2009 het verzoek van appellant af om bestuurlijke handhaving toe te passen tegen het autoschadeherstelbedrijf VKS vanwege geluidsoverlast. Appellant stelde dat VKS niet beschikte over een geldige vergunning na verbouwing en dat de geluidsnorm van 50 dB(A) op de zonegrens mogelijk werd overschreden.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat sinds 1 januari 2008 VKS onder het Activiteitenbesluit valt en niet langer vergunningplichtig is, waardoor de oude vergunning van 31 augustus 2004 is komen te vervallen. Het bedrijf van appellant is geen gevoelig object dat bescherming geniet onder het Activiteitenbesluit, zodat het college terecht geen handhavingsmaatregelen heeft getroffen.

Verder is artikel 53 van Pro de Wet geluidhinder alleen van toepassing bij vergunningverlening aan inrichtingen op gezoneerde industrieterreinen en legt het geen verplichtingen op aan de inrichtingen zelf. Hierdoor kan VKS artikel 53 niet Pro overtreden. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van handhaving tegen VKS wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

201006439/1/M2.
Datum uitspraak: 19 januari 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 2 maart 2009 heeft het college een verzoek van [appellant] om toepassing van bestuurlijke handhavingmiddelen met betrekking tot het autoschadeherstelbedrijf V.K.S. (hierna: VKS) op het perceel Industrieweg 2 te Nieuwegein afgewezen.
Bij besluit van 30 juni 2009, verzonden op 8 juli 2009, heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de rechtbank Utrecht ingekomen op 19 augustus 2009, beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2010 doorgezonden aan de Raad van State.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 december 2010, waar [appellant], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. R. Visser, advocaat te Den Bosch, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting VKS, vertegenwoordigd door G.J. van Kuik, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Aan het besluit van 2 maart 2009 ligt ten grondslag het verzoek van [appellant] van 15 februari 2009 om handhavend op te treden ten aanzien van VKS. [appellant] stelt dat hij, ter plaatse van zijn bedrijf, geluidoverlast ondervindt van de afzuiginstallatie van VKS. Het bedrijf van [appellant] en VKS zijn beide gevestigd op een industrieterrein waarvoor krachtens de Wet geluidhinder een geluidzone is vastgesteld. Buiten de zone mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op grond van artikel 53 niet Pro meer dan 50 dB(A) bedragen.
2.2. [appellant] stelt dat het college zijn verzoek om handhaving ten onrechte heeft afgewezen. Hij voert aan dat VKS niet in bezit is van een geldige vergunning. Na de verbouwing die begin 2008 heeft plaatsgevonden, wordt volgens hem niet meer voldaan aan de vergunning van 31 augustus 2004. Daardoor is ter plaatse van zijn bedrijf geluidoverlast ontstaan. Daarnaast stelt hij dat de geluidsnorm van 50 dB(A) op de zonegrens door VKS mogelijk wordt overschreden.
2.3. Sinds 1 januari 2008 valt VKS onder de werking van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) en is sindsdien niet langer vergunningplichtig. De vergunning van 31 augustus 2004 is daarmee komen te vervallen. De Afdeling begrijpt de grond over de vermeende strijdigheid met de vergunning aldus dat VKS volgens [appellant] in strijd met het Activiteitenbesluit handelt.
2.3.1. Het bedrijf van [appellant] is geen gevoelig object waarvoor de waarden van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit gelden en komt daarom geen bescherming toe op grond van het Activiteitenbesluit. In zoverre heeft het college terecht afgezien van het toepassen van bestuurlijke handhavingmiddelen. De beroepsgrond faalt.
2.4. De in artikel 53 van Pro de Wet geluidhinder opgenomen waarde van 50 dB(A) moet door het bevoegd gezag in acht worden genomen bij vergunningverlening aan inrichtingen op gezoneerde industrieterreinen, voor zover zij vergunningplichtig zijn. Het bevoegd gezag kan voorschriften in de vergunning opnemen om te voorkomen dat de waarde van 50 dB(A) op de zonegrens wordt overschreden. Artikel 53 is Pro niet gericht tot de inrichtingen op gezoneerde industrieterreinen en roept voor hen dan ook geen verplichtingen in het leven. Hieruit volgt dat VKS artikel 53 niet Pro kan overtreden. Het college heeft het verzoek van [appellant] in zoverre terecht afgewezen. De beroepsgrond faalt.
2.5. Het beroep is ongegrond.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. G.N. Roes en mr. E. Helder, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Kalter
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2011
492-687.