ECLI:NL:RVS:2011:BP0960
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens niet-beslist asielaanvraag binnen zes weken
De vreemdeling was van 3 september tot 15 oktober 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens deze periode diende hij op 10 september 2010 een asielaanvraag in. Omdat de beslissing op deze aanvraag niet binnen de wettelijke termijn van zes weken werd genomen, werd de bewaring opgeheven op 15 oktober 2010.
Op 17 november 2010 werd de vreemdeling opnieuw in bewaring gesteld nadat hij via Duitsland was teruggenomen op basis van een Dublin-claim. De vreemdeling stelde dat deze nieuwe bewaring onrechtmatig was omdat nog steeds geen beslissing was genomen op zijn eerdere aanvraag. De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State oordeelde dat artikel 59, vierde lid, Vw 2000 beoogt te voorkomen dat een vreemdeling opnieuw in bewaring wordt gesteld zolang niet op de eerdere aanvraag is beslist. De nieuwe bewaring was daarom onrechtmatig. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en de bewaring opgeheven. Tevens werd een vergoeding toegekend en proceskosten aan de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van 17 november 2010 is onrechtmatig verklaard en opgeheven.