ECLI:NL:RVS:2010:BO7034
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling en signalering in het Schengeninformatiesysteem
De staatssecretaris heeft de vreemdeling op 21 maart 2008 ongewenst verklaard en het bezwaar daartegen op 15 december 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage heeft dit besluit op 19 november 2009 vernietigd omdat het belang van de vreemdeling om het Schengen-gebied te kunnen inreizen onvoldoende was betrokken.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij het belang van de vreemdeling wel degelijk had meegewogen, onder meer door te wijzen op de mogelijkheid om in landen buiten het Schengen-gebied werkzaamheden voort te zetten en verzoeken om opheffing van de ongewenstverklaring in Duitsland. Tevens wees hij op de vaste gedragslijn dat ongewenstverklaring leidt tot signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS).
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris het belang van de vreemdeling op deugdelijke wijze heeft betrokken bij de belangenafweging en dat de signalering in het SIS een direct gevolg is van de ongewenstverklaring. Het beroep van de vreemdeling dat de ongewenstverklaring zijn werkzaamheden zou belemmeren, wordt verworpen omdat hij nimmer in Nederland voor de werkgever heeft gewerkt en hij gehoord is over zijn bezwaar. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.