Uitspraak
200809200/1, dat aan de Monumentenwet 1998 het beginsel ten grondslag ligt dat de verstoorder van het bodemarchief dient bij te dragen aan de kosten voor het archeologische onderzoek ter bescherming van dat bodemarchief, maar dat die kosten in een redelijke verhouding dienen te staan tot de met de beoogde investering gemoeide kosten. In hetgeen de maatschap heeft aangevoerd, ziet de voorzitter vooralsnog geen grond voor de verwachting dat de kosten die zij moet maken voor het doen verrichten van archeologisch onderzoek, onevenredig zijn. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat de raad ter zitting heeft aangegeven dat de kosten voor het bureauonderzoek, welk onderzoek aan het archeologisch onderzoek vooraf gaat, voor rekening van de gemeente komen en een vergunning niet is vereist als uit uitgevoerd onderzoek volgt dat ter plaatse in de bodem geen archeologische waarden aanwezig zijn.