ECLI:NL:RVS:2010:BO5978
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beslissing over opheffing ongewenstverklaring en belangenafweging artikel 8 EVRM
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit tot afwijzing van het verzoek om opheffing van een ongewenstverklaring ten aanzien van een vreemdeling vernietigde. De vreemdeling had zich beroepen op artikel 8 EVRM Pro, het recht op eerbiediging van het gezinsleven, waarbij hij stelde dat zijn psychische gesteldheid ten tijde van het strafbare feit onvoldoende was meegewogen.
De Raad van State stelt vast dat de staatssecretaris bij de belangenafweging de aard en ernst van het gepleegde strafbare feit, een geweldsmisdrijf waarvoor de vreemdeling een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kreeg, heeft betrokken. Tevens heeft de staatssecretaris de psychische gesteldheid van de vreemdeling op het moment van het misdrijf meegewogen, hetgeen door de voorzieningenrechter ten onrechte werd betwist.
Verder oordeelt de Raad dat het feit dat de kinderen van de vreemdeling in Nederland zijn geboren en opgegroeid en niet naar Armenië zullen volgen, geen objectieve belemmering vormt voor het gezinsleven aldaar. De mogelijkheid dat de echtgenote na scheiding voorwaarden stelt aan het contact met de kinderen is onvoldoende om het gezinsleven te belemmeren.
De Raad vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Hiermee wordt het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring wordt bevestigd.