ECLI:NL:RVS:2010:BO5976
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens deelname aan Experiment Perspectief ex-alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en voerde aan dat hij deelnam aan het Experiment Perspectief ex-alleenstaande minderjarige vreemdelingen, waarbij deelnemers in principe niet in bewaring worden gesteld. De rechtbank oordeelde dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat geen lichter middel mogelijk was.
De vreemdeling stelde dat er geen overleg had plaatsgevonden tussen de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en de hulpofficier van justitie, zoals vereist volgens een brief van 26 februari 2010, en dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met zijn deelname aan het Experiment. De minister verklaarde ter zitting dat overleg op 1 september 2010 had plaatsgevonden, maar kon dit niet onderbouwen met stukken en kende de inhoud van dat overleg niet.
De Raad van State oordeelde dat niet is gebleken dat de minister bij de belangenafweging voldoende aandacht heeft besteed aan de bijzondere omstandigheden van de vreemdeling en dat de openbare orde-aspecten niet zodanig waren dat inbewaringstelling onvermijdelijk was. Daarom werd de maatregel van bewaring als onredelijk aangemerkt en opgeheven.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het hoger beroep gegrond verklaard en de bewaring opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend en de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven omdat de minister onvoldoende rekening hield met deelname aan het Experiment Perspectief.