Uitspraak
200508487/1- dat met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheden in het plan de aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemmingen binnen de gebieden waarop die wijzigingsbevoegdheden betrekking hebben in beginsel als een gegeven kunnen worden beschouwd indien voldaan wordt aan de bij het plan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Indien een wijzigingsbevoegdheid een bestemming mogelijk maakt die natuurwaarden dan wel archeologische, cultuurhistorische of landschappelijke waarden raakt, dient aan het plan dan ook voldoende onderzoek naar de mogelijke gevolgen van de nieuwe bestemming op die waarden ten grondslag te liggen. In zoverre is het standpunt van het college van gedeputeerde staten juist en faalt het betoog van het college van burgemeester en wethouders. De Afdeling zal hierna bij de bespreking van de in geding zijnde wijzigingsbevoegdheden nagaan of en in hoeverre het college van burgemeester en wethouders met recht betoogt dat aan die wijzigingsbevoegdheden voldoende onderzoek ten grondslag ligt.