Uitspraak
200701409/1geen doel. Evenmin leidt die naar de uitspraak van de Afdeling van 3 april 2000 in zaak nrs. H01.99.0461 en H01.99.0514 (AB 2000, 252) tot het ermee beoogde doel. Nu tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 18 augustus 2008 geen hoger beroep is ingesteld, heeft deze gezag van gewijsde, met inbegrip van de daarin gebezigde overwegingen. Dit betekent dat de voorzieningenrechter terecht in het in beroep aangevoerde geen grond heeft gevonden voor het oordeel dat door middel van de bij besluit van 8 april 2009 verleende bouwvergunning impliciet vrijstelling is verleend voor bewoning van de panden.