ECLI:NL:RVS:2010:BO2103
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing hoger beroep in asielzaak wegens niet-toetsing beroep op artikel 29 Vreemdelingenwet 2000
In deze zaak heeft de staatssecretaris van Justitie op 5 augustus 2009 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die op 18 mei 2010 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De minister klaagde terecht dat de rechtbank niet was ingegaan op het beroep van de vreemdeling op artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, waarin bescherming wordt gevraagd op grond van het Vluchtelingenverdrag. Volgens de jurisprudentie dient eerst dit standpunt te worden getoetst alvorens over het standpunt onder b te oordelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbehandeling met inachtneming van de juiste toetsingsvolgorde. Tevens stelde zij de proceskosten vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van de juiste toetsingsvolgorde.