Uitspraak
200708671/1), overwogen dat de wetgever zelf bij de totstandkoming van de Wvg het met het vestigen van een voorkeursrecht te dienen algemene belang heeft afgewogen tegen het (individuele) financiële belang van de betrokken grondeigenaren, zodat het enkele financiële belang niet meer afzonderlijk in de afweging behoeft te worden betrokken. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de raad bij het besluit op bezwaar niet in redelijkheid het algemeen belang dat met de vestiging van het voorkeursrecht is gediend van groter gewicht heeft kunnen achten dan het individuele belang van [appellant].