Uitspraak
200308425/1) kan uit artikel 17.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer duidelijk worden afgeleid welke verplichting bestaat voor de drijver van de inrichting wanneer zich een ongewoon voorval voordoet. Een dergelijk voorval dient zodra dit mogelijk is te worden gemeld aan het bevoegd gezag. Anders dan het dagelijks bestuur veronderstelt, verdraagt het zich hiermee niet indien in een vergunningvoorschrift nader wordt vastgelegd binnen welk tijdsbestek een ongewoon voorval moet worden gemeld. Daarbij is het afhankelijk van de concrete omstandigheden waaronder het ongewone voorval zich voordoet wat onder "zo spoedig mogelijk" moet worden verstaan. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat de voorschriften 8.1.1, 8.1.2 en 8.1.3 in strijd zijn met het stelsel van de Wet milieubeheer.