ECLI:NL:RVS:2010:BO1575
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat bewaring vreemdeling op AC Schiphol zonder algemene aanwijzing is toegestaan
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of het Aanmeldcentrum (AC) Schiphol als ruimte kan worden aangemerkt waar een maatregel van vreemdelingenbewaring kan worden uitgevoerd zonder dat daarvoor een algemene aanwijzing vereist is. De minister van Justitie stelde dat artikel 5.4 van het Vreemdelingenbesluit 2000 geen algemene aanwijzing vereist en dat het AC Schiphol via individuele plaatsingsbeschikkingen als zodanige ruimte kan worden aangewezen.
De rechtbank had geoordeeld dat het AC Schiphol niet als een politiebureau, huis van bewaring of als een ruimte als bedoeld in artikel 58 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kon worden beschouwd en dat er geen algemene aanwijzing was voor het AC Schiphol, waardoor de bewaring aldaar niet rechtmatig was. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging betrof en verklaarde het beroep van de minister gegrond. De Afdeling overwoog dat artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet beperkt is tot ruimten die in algemene zin zijn aangewezen en dat het AC Schiphol via individuele aanwijzingen kan worden aangewezen als ruimte waar vreemdelingen zich moeten ophouden. Hierdoor is er geen grond voor het oordeel dat een algemene aanwijzing vereist is voor bewaring op het AC Schiphol.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de wijze van tenuitvoerlegging ongegrond en wees het verzoek om proceskosten af. De uitspraak bevestigt dat individuele aanwijzingen voldoende zijn voor de tenuitvoerlegging van bewaring op het AC Schiphol.
Uitkomst: De Raad van State oordeelt dat bewaring op het AC Schiphol zonder algemene aanwijzing rechtmatig is en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.