ECLI:NL:RVS:2010:BO1560
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep staatssecretaris tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af vanwege het ontbreken van positieve overtuigingskracht in haar asielrelaas. De rechtbank vernietigde dit besluit op basis van een DNA-rapport dat de familieband met haar zussen aannemelijk maakte en oordeelde dat de twijfel aan deze band een dragende overweging moest zijn.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel over het DNA-rapport stelde en onvoldoende rekening hield met de beoordelingsruimte van de staatssecretaris. De twijfel aan de familieband was niet als dragende overweging gebruikt door de staatssecretaris, wat terecht werd bekritiseerd.
Verder oordeelde de Raad dat de staatssecretaris niet verplicht was een nieuw voornemen uit te brengen en dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was vanwege vage en tegenstrijdige verklaringen. Ook werd geoordeeld dat het IVRK niet was geschonden en dat de weigering van een verblijfsvergunning regulier terecht was.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het oorspronkelijke besluit van de staatssecretaris stand hield.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel in stand blijft.