Uitspraak
201000607/1/H1, ter zitting behandeld op 7 september 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. I. de Leeuw, werkzaam bij de gemeente, en [wederpartij sub 1], bijgestaan door mr. F.T.H. Gimbrère, advocaat te Breda, vergezeld door [gemachtigden], zijn verschenen.
200503095/1), is het aan degene die zich op het overgangsrecht beroept om de feiten en omstandigheden waarop dat berust aannemelijk te maken. Dit betekent dat het aan [wederpartij sub 1] was om tegenover het college aannemelijk te maken dat hij het pand [locatie] op de peildatum ten behoeve van een seksinrichting in gebruik had. De rechtbank heeft ten onrechte niet onderzocht of het zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij daarin niet is geslaagd.