Uitspraak
200302024/1, dat aan het bedrijf geen redelijke uitbreidingsmogelijkheden worden geboden, ondanks dat het bedrijf in het bestemmingsplan een positieve bestemming heeft gekregen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland weigerde vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een rietloods op een perceel met de bestemming agrarisch productiegebied binnen de woonbebouwing. De rechtbank verklaarde het beroep van de belanghebbende gegrond en vernietigde het besluit, omdat het college het gemeentelijk beleid niet juist had toegepast en de motie van de gemeenteraad niet had uitgevoerd.
Het college stelde in hoger beroep dat het bouwplan terecht werd geweigerd vanwege strijd met het gemeentelijk beleid, dat de bouwlocatie binnen de woonbebouwing ligt en dat de motie van de gemeenteraad om nader onderzoek te doen niet bindend was voor het besluit op bezwaar. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college het beleid correct heeft geïnterpreteerd en dat de motie losstaat van het besluit tot weigering.
Verder faalden de beroepen van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel, omdat de vergelijkbare situatie zich in het buitengebied bevond en het ging om een concreet verzoek om vrijstelling, niet om een positieve bestemming. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Tevens werd het besluit van het college van 31 maart 2010 vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt bevestigd.