ECLI:NL:RVS:2010:BO0011
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt geen afwijking beleid openbare orde bij kwijtschelding straf in vreemdelingenrecht
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet ongegrond verklaarde. De vreemdeling was veroordeeld voor mishandeling en hennepteelt en kreeg een gevangenisstraf en werkstraf opgelegd, waarvan de gevangenisstraf later werd kwijtgescholden.
De minister stelde dat de kwijtschelding van straf geen betekenis heeft voor het openbare ordebeleid zoals vervat in de Vreemdelingencirculaire 2000 en de Regeling. De rechtbank had geoordeeld dat dit standpunt onjuist was, maar de Raad van State bevestigt dat de Regeling restrictief is en dat de kwijtschelding geen zelfstandige betekenis heeft bij de beoordeling van verblijfsvergunningen.
Verder oordeelt de Raad dat de omstandigheden die aan het verzoek om kwijtschelding ten grondslag liggen niet leiden tot bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb Pro. Ook het bezwaar van de vreemdeling dat hij niet is gehoord wordt verworpen omdat het bezwaar op voorhand geen kans van slagen had. Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling wordt afgewezen.