ECLI:NL:RVS:2010:BN9555
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging en gedeeltelijke vernietiging huisverbod burgemeester Haarlem
De burgemeester van Haarlem legde op 18 januari 2010 een huisverbod op aan appellant, waarbij zij de woning onmiddellijk moest verlaten en gedurende tien dagen niet mocht betreden, met een verbod op contact met bepaalde personen. Dit huisverbod werd op 28 januari 2010 verlengd met achttien dagen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond door het contactverbod te vernietigen, maar liet het huisverbod verder in stand.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet had beslist over het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 18 januari 2010 en behandelde dit alsnog. De feiten waarop het huisverbod was gebaseerd, waaronder het gooien met messen en dreigingen, werden als voldoende geacht om het huisverbod te rechtvaardigen. De hoorplicht was niet geschonden omdat appellant vooraf was gehoord.
Ten aanzien van het verlengingsbesluit van 28 januari 2010 oordeelde de Raad dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het gevaar voortduurde, mede gezien het gedrag van appellant en haar suïcidepoging. Ook werd geoordeeld dat appellant voldoende gelegenheid had gehad haar standpunt kenbaar te maken. De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter voor het niet beslissen over het eerste besluit, verklaarde het huisverbod van 18 januari 2010 ongegrond, en bevestigde het verlengingsbesluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verlengingsbesluit wordt bevestigd.