Uitspraak
200808846/1/H3, waarin onder meer is geoordeeld dat met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in samenhang met de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften is beoogd het dierenwelzijn uitputtend te regelen en dat aanvullende gemeentelijke regelgeving in de APV zich daarmee niet verdraagt, niet afdoet aan de onherroepelijkheid van de vergunning van 1 december 2008. [appellant] voert hiertoe aan dat, gelet op het oordeel van de Afdeling in deze uitspraak, de beperking in de vergunning van 1 december 2008 is gebaseerd op een bepaling uit een APV die in strijd is met de wet, en dat deze beperking om die reden nietig is.