Uitspraak
200401923/1), ligt het op de weg van het college om de voor het vermoeden, dat sprake is van overtreding van de planvoorschriften, vereiste feiten vast te stellen. Het is vervolgens aan [appellanten sub 1] om dit vermoeden, indien daartoe aanleiding bestaat, te ontkrachten. Bij het ontbreken daarvan dient de rechter in beginsel van de juistheid van het vermoeden uit te gaan.
200505705/1) is het, als de betrokkene blijkens de GBA op een ander adres dan dat van de recreatiewoning is ingeschreven, aan het college om aannemelijk te maken dat hij desalniettemin in de recreatiewoning hoofdverblijf heeft. De Afdeling heeft onder meer in de uitspraak van 7 oktober 2009, in zaak nr.
200901851/1/H1) overwogen dat het feit dat betrokkenen staan ingeschreven op een ander adres dan dat van de recreatiewoning en op het adres waar zij staan ingeschreven niet over zelfstandige woonruimte beschikken, een aanwijzing is dat zij hun recreatiewoning als hoofdverblijf gebruiken.