Uitspraak
200606965/1, dient bij de beantwoording van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van het bouwplan.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda verleende op 22 december 2009 aan woningcorporatie Woonpartners Midden-Holland vrijstelling en een bouwvergunning voor het oprichten van een multifunctionele accommodatie en 16 seniorenappartementen aan het Wilsonplein 1 te Gouda. Deze bouwactiviteiten waren in strijd met het geldende bestemmingsplan, maar het college verleende vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
[Appellant] stelde beroep in tegen deze besluiten en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
In de beoordeling werd onder meer geoordeeld dat de watertoets, waarover het Hoogheemraadschap van Rijnland positief had geadviseerd, voldeed aan de eisen. Ook werd vastgesteld dat het project geen onevenredige belemmering van uitzicht of zonlicht voor de woning van appellant oplevert, dat verkeersveiligheid adequaat is gewaarborgd en dat het college voldoende rekening heeft gehouden met de wensen van omwonenden.
Verder werd vastgesteld dat het project voldoet aan de parkeernormen van de gemeente Gouda en dat de vrijstelling rechtmatig is verleend. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de vrijstelling en bouwvergunning worden bevestigd.