Uitspraak
200604021/1), moet er, wanneer een bezwaarschrift niet wordt verzonden naar de betrokken instantie, maar door de indiener zelf wordt bezorgd, in beginsel van uit worden gegaan dat dit geschrift bij die instantie is ingekomen op de datum die is vermeld op het stempel dat er bij binnenkomst op is geplaatst. Dit beginsel lijdt slechts uitzondering, indien de indiener aannemelijk maakt dat het geschrift eerder is binnengekomen. Tot bewijs kan onder meer strekken een ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift. [appellant A] en [appellant B] beschikken niet over een ontvangstbevestiging of een ander schriftelijk bewijs van tijdige afgifte van het bezwaarschrift. Het college heeft voorts de rechtbank bij faxbericht van 19 januari 2009 te kennen gegeven dat de ontvangstdatum van het bezwaarschrift 14 februari 2008 is. Met de omstandigheid dat een door [appellant] en [appellant C] ingediend bezwaarschrift, blijkens het ter zake afgegeven ontvangstbewijs, eerder is ontvangen dan het door het college geplaatste datumstempel op dit bezwaarschrift doet vermoeden, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [appellant A] en [appellant B] hun bezwaarschrift, ondanks het daarop geplaatste datumstempel van 14 februari 2008, tijdig hebben ingediend. Dat zij niet om een ontvangstbewijs hebben gevraagd, dient voor hun risico te blijven.