Uitspraak
200505951/1in dit verband ten onrechte niet vergelijkbaar geacht.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 24 juni 2008 een bouwvergunning voor het veranderen van panden aan een locatie te Groningen ten behoeve van kamerverhuur. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Appellant stelde in hoger beroep dat de bouwvergunning in strijd was met het bestemmingsplan "Oranjewijk" en het Bouwbesluit 2003, onder meer vanwege het ontbreken van een energieprestatiecoëfficiënt-berekening, constructieberekeningen en een deugdelijke vluchtroute. De Raad van State oordeelde dat het overgangsrecht van toepassing was en dat het college terecht geen EPC-berekening of constructieberekeningen had verlangd. Ook was de vluchtroute goedgekeurd door de brandweer.
Het belangrijkste geschilpunt betrof de parkeerplaatsen. De parkeernota 2008 van de gemeente Groningen stelde normen voor het aantal parkeerplaatsen per woningtype. Het college had de parkeerbehoefte vastgesteld op twee parkeerplaatsen voor veertien studentenkamers, uitgaande van één grote studentenwoning, terwijl appellant betoogde dat dit onvoldoende was. De Raad van State stelde vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom twee parkeerplaatsen toereikend waren en vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet. Het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over het aantal parkeerplaatsen.